Niks zo spannend als die eerste autorit met je baby, of dat nu van het ziekenhuis naar huis is of de eerste keer naar de grootouders. Uiteraard wil je als ouder dat je kindje zo veilig mogelijk vervoerd wordt. Maar hoe doe je dat nu precies? Wij leggen het met plezier voor je uit.

Een autostoeltje passend bij de leeftijd.

Gebruik steeds een autostoel die past bij de leeftijd, de ontwikkeling, het gewicht en de lengte van je kind. Stap daarbij niet te vroeg over op een volgend model autostoel. Een goede regel is dat een autostoel te klein wordt wanneer de rand van het hoofd boven de bovenrand van de autostoel (in maximaal uitgeschoven positie) komt.

Een andere richtlijn zijn de gordels : de aanhechting hiervan moet zich steeds boven de schouders van het kindje bevinden. De gordels mogen met andere woorden niet in een boogje over de schouders lopen, dan loopt je het risico dat het kindje bij een ongeval uit de gordels schiet.

Er zijn 2 courante manieren om aan te geven voor welke leeftijd een autostoeltje geschikt is, manieren die hun herkomst vinden in de wetgeving die bepaalt aan welke eisen een stoeltje moet voldoen. De 2 normen die momenteel in omloop zijn, zijn de iets oudere ECER44/04 norm en de recentere i-Size norm. De verschillen tussen deze beide normen zijn niet zo beknopt samen te vatten, daarover lees je dan ook meer in één van onze volgende blogs.

De correcte bevestiging van een autostoeltje

Een stoeltje correct vastmaken in de auto is belangrijk voor de bescherming die het stoeltje kan bieden bij een ongeval. Beschik je over een stoeltje dat moet vastgemaakt worden met de gordel van de auto, zorg er dan steeds voor dat de autogordel nooit gedraaid zit. Let er ook op dat de gordel langs de vooropgestelde bevestigingspunten loopt en dat hij voldoende strak is aangespannen.

Heb je een stoeltje dat permanent in de auto zit en is vastgemaakt met de autogordel? Controleer dan ook regelmatig of de gordelspanning nog voldoende is, want bij het gebruik van het stoeltje verschuift de gordel soms door de bevestigingspunten waardoor het stoeltje niet meer stevig vast staat. Een kleuterstoeltje of zitverhoger zonder isofixbevestiging klik je best ook vast wanneer de stoel niet in gebruik is. Zo voorkom je dat de stoel door de auto wordt geslingerd bij een ongeval wanneer er geen kindje in de stoel zit.

Wanneer je stoeltje moet vastgemaakt worden aan de isofix bevestigingspunten in de auto is de installatie op zich relatief eenvoudig en kan er weinig mis gaan. Toch zijn er ook bij deze bevestigingsmethode een aantal aandachtspunten. Zo beschikt niet elke wagen over isofix, al kunnen we grofweg stellen dat de meeste auto’s gebouwd na 2005 meestal beschikken over deze bevestigingspunten. Vanaf 2012 zijn fabrikanten zelfs verplicht isofix punten te voorzien in nieuwe wagens.

Een I-size autostoel heeft verplicht ook een tweede bevestigings- of verankeringspunt nodig. In de meeste gevallen gaat het om een poot die zo afgesteld wordt dat hij steunt op de vloer van de wagen. Deze autostoeltjes kunnen niet worden bevestigd op zitplaatsen waar een opbergvak onder de vloer zit, omdat het deksel van het vak bij een ongeval mogelijk niet voldoende sterk is.

De stoel kan ook een extra riem hebben die over de zetel van de wagen naar de koffer loopt. Daar maak je de riem dan vast aan een Top-Tether bevestingspunt. een haakje in de achterkant van de autozetel. Het voordeel van deze manier van bevestigen is dat je niet gehinderd wordt door een poot die in de passagiersruimte staat. Nadeel is dan weer dat niet alle wagens reeds over Top-Tether beschikken, ook niet wanneer ze wél over isofix beschikken.

Installeer een stoeltje steeds bij voorkeur op de zitplaatsen achterin de auto. Installeer je een zitje dat tegen de rijrichting in gebruikt wordt toch op de passagiersstoel? Vergeet dan zeker niet de airbag uit te schakelen.

Je kindje correct vastmaken in de autostoel

Een stoeltje kan nog zo veilig zijn, door het verkeerd vastgespen van je kindje in het stoeltje kunnen alsnog onveilige situaties ontstaan. We zetten een aantal aandachtspunten op een rijtje.

De hoofdsteun van de stoel moet op de juiste hoogte staan. Het hoofd van je kind wordt dan volledig omvat wordt door de stoel en is ook bij een zijdelingse impact beschermd. Een goede afstelling van de hoofdsteun verzekert meestal ook een goede afstelling van de gordeltjes. Deze horen met hun aanhechtingspunt boven de schouders van je kindje te zitten en in een rechte lijn naar beneden te lopen.

Om een optimale bescherming te garanderen is het belangrijk de gordels voldoende aan te spannen. Bij een gordel die goed is aangespannen kan er maximaal een vlakke hand tussen de gordel en je kind. Span de gordels bij voorkeur iedere keer opnieuw aan, en maak ze wat losser wanneer je je kindje uit de stoel haalt. Dat vereenvoudigt het vastklikken de volgende keer, en voorkomt een vals gevoel van veiligheid. Gordels kunnen immers door herhaald los- en vastklikken losser gaan zitten.

Tot slot is belangrijk voorzichtig te zijn met dikke winterjassen. Zij verhinderen het goed aanspannen van de gordels, waardoor je kindje bij een ongeval uit de gordels kan schieten. Doe dan ook steeds de jas van je kind uit in de wagen. Moderne wagens zijn gelukkig vaak snel op temperatuur, en in tussentijd kun je de jas bovenop je kindje leggen. Zo garandeer je een veilige rit en loop je toch geen risico.